Tien tips voor als je de Tour de France achterna trekt

Er is, wat mij betreft, geen sportevenement ter wereld dat zo tot de verbeelding spreekt als de Tour de France. Zomerslang zat (en zit) ik aan de buis gekluisterd om de verrichtingen van mijn wielerhelden te kunnen zien. Het secondenspel van het algemeen klassement, de onvermijdelijke Tourpoule, maar ook de heroïsche gevechten op legendarische cols zoals de Mont Ventoux. Een zomer zonder Tour de France is als een nieuwe tv zonder de doos eraf te halen. Nog toffer dan iedere dag thuis naar Maarten Ducrot en Herbert Dijkstra luisteren is echter naar Frankrijk afzakken en daar het spektakel live meemaken! In deze blog geef ik je een paar tips waarmee je deze wielerdroom werkelijkheid kunt maken…

Om te beginnen een stukje disclaimer naar de lezer toe; het worden geen tien tips om de Tour de France achterna te trekken. Ik kijk even hoe ver ik kom, maar tien gaat me denk ik niet lukken. Die titel koos ik eigenlijk alleen maar omdat dat zo lekker weg allitereert. Sorry, hè!

De Tour de France bezoeken

De Tour de France in optima forma.

1. De Tour de France bezoeken begint bij een goeie uitvalsbasis

De Tour de France duurt drie weken en rijdt, zoals het een wielerronde betaamt, het hele land door. Zorg ervoor dat het dorpje of stadje waar jij je gîte huurt een uitvalsbasis is waarvan je meerdere etappes kunt bezoeken. Top tip: ieder Frans dorpje ziet er ongeveer hetzelfde uit en heeft ongeveer dezelfde voorzieningen. Iedere keuze is dus ongeveer goed; het is al gauw vet authentiek, zodat je vriendin foto’s kan maken van oude mannetjes op een bank met een stokbrood. Zorg er wel voor dat er in ieder geval één fatsoenlijke supermarkt in de buurt zit, da’s wel zo praktisch. Top Tip twee: als je denkt dat een bepaalde plek ‘wel in de buurt ligt’, check dan altijd even of de route via een snelweg of via een achterafweggetje is. In het tweede geval kan je TomTom wel zeggen dat ’t een uur rijden is, maar doe dat dan gerust maal twee.

Franse achterafwegen

Op dit soort wegen ben je lang onderweg 

2. De Tour de France is drukker dan je denkt

Als fervent bezoeker van de Amstel Gold Race weet ik een en ander van het achterna rijden van een wielerkoers. De Tour de France is echter andere koek. Die reclamekaravaan rijdt namelijk zó ver voor de troepen uit en er komen zoveel mensen op het spektakel af, dat wegen vaak ver voor de doorkomst van de renners worden afgezet. Dat maakt het lastig om een etappe op meerdere plekken voorbij te zien komen. Zeker tijdens de bergetappes raad ik je aan om één fatsoenlijke plek te zoeken en het daarbij te houden. Scheelt je stress; eenmaal achter de wegafzetting heb je he-le-maal niks meer aan je TomTom. Denk ook niet dat je via dat achterafweggetje en dan drie keer links er ook komt. Die Fransen wonen daar, he?

De voormalige Skytrain op kop

De voormalige Skytrain op kop

3. Investeer in offline communicatiemiddelen

Wat een mooi bruggetje is naar punt drie: Frankrijk is achterlijker dan je denkt. In grote gedeelten van het (platte)land heb je meer kans om in vloeiend Engels een frietje speciaal met een kroketje te bestellen, dan dat je een stabiel internetsignaal hebt. En laat de interessantste etappes van de Tour de France nou door dit internetsk niemandsland gaan. Natuurlijk ben jij die opschepper met WiFi in z’n wagen, dus je kunt onderweg altijd de koers volgen. Maar als jij de auto eenmaal aan de kant moet zetten en je een tijd moet wachten op de doorkomst van de renners, dan heb je daar dus niks meer aan. Zorg er dus altijd voor dat je een manier hebt om de koers te kunnen volgen, bijvoorbeeld met een ouderwets radiootje!

De Tour de France, maar dan anders

De Tour de France, maar dan anders

4. Koop een routeboek

Of download de officiële app. Het eerste geeft je sowieso gezellig leesvoer, als je internetloos boven op een Alpencol staat. Maar de informatie in beide is ook handig om te kunnen bepalen waar de renners ergens zijn. Meestal zijn deze in de weken voor het Grand Départ te koop in de betere sigarenwinkel (of te bestellen via de site van de Tour).

Het peloton in de Tour de France wacht op niemand

Het peloton in de Tour de France wacht op niemand

5. Let een beetje op; het peloton doet dat niet

Dit is vooral een dingetje op het vlakke (al kunnen Lance Armstrong of Guiseppe Guerini hier ook over meepraten); het peloton en met name de volgwagens zijn met honderdduizend dingen bezig, maar niet met jou. Houd wat afstand van de weg en kijk uit met attributen in je handen. Je wil niet de wielergeschiedenis ingaan zoals Bas uit Geesteren.

Tour de France

Je wil niet met je lichaamsdelen in een voortrazend peloton blijven hangen

6. Ren niet met de renners mee

Doe het niet. Je zet iedere wielerliefhebber ter wereld voor lul. Hou d’r gewoon mee op. Moet ik dit écht nog uitleggen? Dat geldt overigens ook voor zoiets als Romeinse kaarsen afsteken. Die mannen hebben alle zuurstof nodig en jij steekt vuurwerk aan, ‘omdat dat zo mooi op je aftermovie staat’? Je staat er niet voor jezelf, baasje.

Gewoon lekker laten fietsen

Gewoon lekker laten fietsen

7. Neem je eigen fiets mee

Frankrijk is een heerlijk fietsland, dus ga gerust zelf ook een beetje aan de slag. Het is sowieso een goed idee om, als je een bergetappe wil gaan bezoeken, níet met de auto te gaan. Alles wat zo’n berg op moet, moet er ook weer af. Dat zijn dus ook de reclamekaravaan, renners, volgwagens én al het publiek. Met een fiets kun je dus een snelle aftocht blazen. Probleem daarbij is dus wel dat je die berg dan dus ook zelf ómhoog moet…

Tour de France

Zie je jezelf die apparaten daarachter al beklimmen? Ja?

8. Bezoek een finishplaats

Het is voor Franse steden een hele eer om als start- of finishplaats te mogen fungeren voor de Tour de France. Daar worden tonnen, zo niet meer, tegenaan geflikkerd en dat zie je ook wel. Carnaval is er niks bij; van straatmarkten tot luchtshows, ’t is een groot toeristisch spektakel. En met een beetje ellebogenwerk en uitgekiende sacre-blues kun je een heel eind komen en kun je de winnaar van heel dichtbij zien!

De Tour de France bezoeken; vet toch?

’t Zijn uiteindelijk acht tips geworden, me dunkt. Voor mij kan Le Grand Départ in ieder geval niet snel genoeg zijn. Mocht je nog de laatste twee tips voor me hebben, laat ’t dan even achter in de comments!

1 antwoord
  1. Hugo Braun
    Hugo Braun zegt:

    We kregen via e-mail de vraag of het nodig is om om 6u ‘s ochtends al met de auto een berg op te rijden.
    Of dat kan of niet is een beetje afhankelijk van waar je zit ten opzichte van de berg. Zodra ze de weg afsluiten, ben je namelijk klaar. In de (gratis) officiële app van de Tourorganisatie vind je een overzicht van doorkomsttijden van de karavaan tot en met de benenwagen, dat is alvast een handig uitgangspunt. Maar daarnaast is routeplanning ook een dingetje; als jij nét aan de verkeerde kant van de route zit, zul je idd voor de karavaan uit moeten rijden. Da’s niet om 6u ‘s ochtends, maar wel op tijd. En er is natuurlijk een verschil in berg; de Ventoux of de Alp d’Huez is iets anders dan de Peyressourde. Daar kwam ik 2u voor doorkomst nog gewoon op. Niet met de auto, die heb ik op 10 minuten lopen van de doorkomst moeten parkeren. Hoop dat je hier iets mee kunt, in ieder geval veel plezier!

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *