Eilandhoppen op Kaapverdië: Santo Antão

Save the best (en het zwaarst) for last! Na Boa Vista, Brava, Fogo, Santiago en heel kort São Vicente bezocht Reisman Tinus een week lang het naar verluidt mooiste Kaapverdiaanse eiland Santo Antão. Een wandelparadijs bij uitstek. 

Santo Antão: het ruige eiland

Van alle Kaapverdiaanse eilanden is Santa Antão het ruigst. Met name in het noordoosten van dit één na grootste eiland van de archipel word je overdonderd door talrijke diepe rivierdalen of ribieras met indrukwekkende, vrijwel loodrechte wanden tot meer dan 1000 meter hoogte. Het eiland geldt als het groenste van allemaal. Dit klopt, maar is enigszins betrekkelijk. Vergeleken met de overige eilanden is deze ‘eretitel’ vrij eenvoudig te behalen. Ook Santo Antão kampt echter met een gebrek aan neerslag, met droogte als gevolg. 

Wegen zijn er slechts in beperkte mate. En de wegen die er zijn, bestaan uiteraard vrijwel allemaal uit basaltklinkers. Maar je komt ook niet naar Santo Antão om rond te toeren in een huurauto. 

Druk op de weg

Druk op de weg

Op Santo Antão? Ga hiken!

Nee, Santo Antão moet je te voet verkennen. Dan ervaar je dit eiland pas echt. Er zijn prachtige routes en paden, sommige zijn zelfs bewegwijzerd. Daarom kozen wij voor een 7-daagse trekking, waarbij we van de ene naar de andere overnachtingsplek liepen. Overigens bestond die 7-daagse trekking uit 5 wandeletappes en 2 (zeer welkome en welverdiende; het is tenslotte wel vakantie) rustdagen. In het vervolg van deze blog neem ik je mee op deze etappes.

Etappe 1: van Cova de Paúl naar Eito

Een taxi bracht ons vanaf de aankomsthaven in Porto Novo omhoog tot aan de bovenrand van de krater Cova de Paúl op ongeveer 1300 meter hoogte. Hier begon het avontuur. In een halve cirkel daalden we eerst iets af om daarna, na een paar eenvoudige huisjes te zijn gepasseerd, weer te stijgen. Bijzonder om te zien dat zelfs hier mensen wonen. Na een half uurtje kwamen we uit op een pas. Het uitzicht vanaf hier over het dal van Paúl, het groenste dal van Santo Antão, was fenomenaal. Tegelijkertijd zagen we wat ons nog te wachten stond. Een steile, lange afdaling met zo’n 1200 meter hoogteverschil van 3,5 uur. Al vrij snel hoorden en zagen we iets dat we in de 2 weken ervoor op Kaapverdië nog niet hadden opgemerkt: stromend water! Dat verklaart dus het groen in deze ribiera.

Halverwege belandden we in het gehucht Chã de Manuel dos Santos. Hier kan je voor een hapje en een drankje bij een eenvoudig pension terecht. Na deze pitstop vervolgden we onze weg door koffie-, suikerriet- en bananenplantages, afwisselend dalend en stijgend, naar het dorpje Eito. Onze accommodatie, Casa das Ilhas, lag prachtig en pal aan het wandelpad. Hier werden we gastvrij onthaald door Katelijne, een (on)Vlaams talenwonder dat dit pension hier al sinds 2006 runt.   

Etappe 2: van Lombo Branco naar Ribiera Grande

Na een rustdag liepen we een kwartier het wandelpad van 2 dagen geleden verder naar beneden naar de weg af. Daar wachtte een taxibusje op ons en onze bagage. Die bagage hoefden we gelukkig niet zelf over dit steile pad naar beneden te zeulen. Daar heeft Katelijne personeel voor. Het is dan wel een beetje confronterend om te zien dat wij in onze semi-professionele wandeloutfit voorzichtig, bij elke stap oplettende dat je je enkels niet breekt op het met keien bezaaide paadje, terwijl vervolgens een klein, tenger vrouwtje van middelbare leeftijd op slippers met je koffer op haar hoofd lichtvoetig en soepeltjes de berg af komt lopen. Oefening baart kunst waarschijnlijk. 

Bagageservice

Bagageservice

Met de taxi reden we naar het dorpje Lombo Branco. Om daar te komen verlieten we de vrij nieuwe kustweg voor een steil met basaltklinkers aangelegd weggetje. Stel je voor: ongeveer 20 minuten hobbelend steil omhoog in de eerste versnelling langs de afgrond. Een belevenis op zich. 

De wandeltocht ging op en af door de bergen. We passeerden meerdere, deels verlaten dorpjes die echt in de middle of nowhere liggen. Enkele van die dorpjes zijn alleen maar te voet bereikbaar. Auto’s vind je er dus ook niet. Uiteindelijk kwamen we weer op de nieuwe kustweg uit en vanaf daar was het nog een klein stukje naar Ribeira Grande, het hoofdstadje van Santo Antão. Een aluguer bracht ons tenslotte naar onze overnachtingsplek in Ponta do Sol. Restauranttip: ga eten bij Calheta in Ponta do Sol. Voor Kaapverdiaanse begrippen hebben ze een uitgebreide menukaart, heerlijke gerechten, regelmatig live muziek, geweldig uitzicht over de oceaan en het dagelijkse leven speelt zich recht voor je neus op straat af.

Alleen te voet te bereiken gehucht

Alleen te voet te bereiken gehucht

Etappe 3: van Espongeiro naar Caibros

De volgende dag begon met een taxirit van een uurtje naar het bergdorpje Espongeiro, midden op het eiland. Hier startte de tocht. De eerste 9 kilometer loop je over een afwisselend uit basaltklinkers bestaande en zanderige piste door een mooi berglandschap. Het heeft iets woestijnachtigs: droog en kaal met rode, oranje en gele tinten. Af en toe passeer je een gehuchtje. Ook word je getrakteerd op een schitterend uitzicht op Porto Novo, de gehele zuidkust en buureiland Saõ Vicente, vanaf waar de veerboot naar Santo Antão gaat.

De laatste 6 kilometer gaat het (steil) naar beneden. Via een rotsachtig en zanderig pad steek je spectaculaire bergpassen over. De uitzichten zijn overweldigend. Uiteindelijk bereik je via enkele plantages je einddoel, Caibros.

Spectaculaire bergpas op Santo Antão

Spectaculaire bergpas

Fantastisch pad op Santo Antão

Fantastisch pad

Etappe 4: van Caibros naar Cruzinha da Garça

Nieuwe dag, nieuwe hike. Vanuit onze overnachtingsplaats in Caibros voerde deze trip ons eerst over een bergpas. Dit betekende een uur lang stevig omhoog om 500 meter hoogteverschil te overwinnen. Flink zweten! En de zon scheen niet eens. Eenmaal boven op de bergpas zagen we niks. We zaten middenin de wolken. Iets onder de top tijdens de afdaling aan de andere kant doemde dan toch weer een indrukwekkend uitzicht op. Grillige bergen, enkele huisjes en in de verte het einddoel: de kust. Tijdens de inspannende afdaling kom je door het piepkleine gehucht Mocho. Toch kan je hier bij een klein barretje terecht voor iets te eten en te drinken. De laatste kilometers zijn wat saai; je loopt door de ribiera over een brede piste de kust tegemoet en bereikt Cruzinha de Garça. Helemaal aan het einde van de weg. En de wereld, zo lijkt het. 

Etappe 5: van Cruzinha da Garça naar Ponta do Sol

Na de tweede rustdag stond de laatste etappe voor de boeg: 15 km langs de ruige noordkust. Misschien wel de populairste wandeling van het eiland. En dat bleek ook wel. Nog niet eerder kwamen we tijdens een tocht op Kaapverdië zoveel wandelaars tegen. Zo heel veel zegt dat nou ook weer niet; dit was de eerste keer dat we dubbele cijfers haalden qua lotgenoten. Verkeerd lopen was onmogelijk. Gewoon het pad langs de kustlijn volgen. Bovendien kon je bij aanvang het eindpunt, Ponta do Sol, al zien liggen. Makkelijk te herkennen aan het disproportioneel grote, 6 verdiepingen tellende, lelijke nieuwbouwhotel. Verder is dit overigens wel een charmant plaatsje met een levendig vissershaventje.

Tussenstops

Vrijwel de hele route heb je een geweldig uitzicht op de kust onder je, waar de Atlantische Oceaan stevig tegenaan beukt. Je hebt wel een flink aantal venijnige klimmetjes en afdalingen te verstouwen. Ongeveer halverwege loop je het dorpje Forminguinhas binnen. Hier hebben ze de populariteit van deze hike ook in de smiezen gekregen en dus kan je er voor een tussenstop bij een paar kleine, eenvoudige barretjes terecht. Hetzelfde geldt voor het volgende dorpje, Corvo.

Corvo op Santo Antão

Corvo

Pittige klim

Net vóór Corvo denk je dat je bijna bij het eindpunt bent; Ponta do Sol lijkt nu wel heel dichtbij. Niet dus. Direct na Corvo moet je nog een flinke puist van zo’n 225 meter overwinnen. Op de top heb je voor het eerst zicht op het derde en laatste dorpje onderweg: Fontainhas. Bij dit dorpje kan ik alle clichés wel uit de kast trekken: sprookjesachtig, pittoresk, schilderachtig, feeëriek, … ze kloppen allemaal. Boven een diepe ribiera, deels op het uiteinde van een smalle bergrug, enkele felgekleurde huizen. Dat is Fontainhas. Ook hier weer voldoende gelegenheid om even bij te tanken in één van de kleine barretjes.

Gehaald!

Na Fontainhas is het nog een paar kilometer naar Ponta do Sol. En daarmee komt deze vijfde etappe, en onze 7-daagse trekking, na bijna 62 kilometer (waarvan 4750 m stijgen en 7500 m dalen), ten einde.

Santo Antão: een absolute must

Je gaat naar Santo Antão om te hiken. Mocht je (ik zou niet weten waarom) Santo Antão toch niet in je Kaapverdië eilandhopreis hebben opgenomen, maar je bezoekt wel buureiland São Vicente? Pak dan voor een dagtrip de ferry vanuit de hoofdstad Mindelo naar Porto Novo op Santo Antão. Huur daar een taxi en laat je over de oude weg dwars over het eiland naar Ribeira Grande rijden. Een adembenemende route die je een mooie indruk van het eiland geeft.

Franse toeristen op Santo Antão

Wat erg opviel op Santo Antão was dat het gros van de toeristen dat we zijn tegengekomen Fransozen betrof. Dit konden we niet zo goed plaatsen. Gelukkig bracht de Franse hoteleigenaar van Kasa Tambla in Ponta do Sol opheldering. Fransen blijken een lange wandeltraditie te hebben. Tot een jaar of 10 geleden waren droge, woestijnachtige bestemmingen als Syrië populair om te hiken onder Fransen. In verband met oorlogen en veiligheid moesten ze op zoek naar andere, enigszins vergelijkbare oorden om hun hobby uit te voeren. Zo zijn ze bij Santo Antão uitgekomen. De beperkte vliegtijd en het feit dat Kaapverdië overwegend katholiek is en daarmee lijkt op Europa/Frankrijk, heeft zeker ook meegeholpen. Bovendien is het een veilige bestemming en heb je geen vaccinaties nodig.

Zomervakantie op Kaapverdië

De zomermaanden vormen overduidelijk het laagseizoen op de Kaapverdische eilanden. Bak-ze-bruin-eiland Sal schijnt dan weliswaar ‘s zomers ook vrijwel helemaal volgeboekt te zijn, op de 6 eilanden die wij echter hebben bezocht, was het rustig. Heel rustig. Op Santo Antão zijn we nog veruit de meeste toeristen (lees: hikers) tegengekomen. 

Geen hiker, wel tegemoetkomend verkeer

Geen hiker, wel tegemoetkomend verkeer

Waarom Kaapverdië ‘s zomers zo relatief weinig toeristen trekt is me onduidelijk gebleven. Het ligt immers op acceptabele vliegafstand van Europa en de temperaturen zijn er het hele jaar door min of meer gelijk. Ja, ok, in de zomer is het droger en daardoor minder groen, dus misschien wat minder fotogeniek of instagrammable. En ja, ok, de zomermaanden luiden het begin van de regenperiode in. Maar gebaseerd op onze ervaringen betekent dat niet meer dan een flink wolkendek waar geen spat uitvalt. En heel eerlijk, dat loopt toch wat comfortabeler dan in de brandende zon.    

Hoe organiseer je je eilandhopreis op Kaapverdië?

Ons reisprogramma ligt niet standaard op de plank bij elke willekeurige reisorganisatie. Op zich kan je zelf alles los boeken. Dit vergt echter wel wat doorzettingsvermogen: binnenlandse vluchten, overtochten per veerboot, leuke accommodaties, etc. Wij hebben onze reis samengesteld bij FAIR Travel. Een kleinschalige organisatie gespecialiseerd in Kaapverdië. Ze voorzien je van tevoren van veel informatie en zijn erg flexibel; zelfs tijdens onze reis konden we ons reisschema nog iets aanpassen. Bovendien was het vervoer van onze bagage naar de volgende overnachtingsplek tijdens onze 7-daagse trekking op Santo Antão ook steeds geregeld. Iets waar andere reizigers nogal eens jaloers op waren. Kortom: fantastische reis en top geregeld!

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *