Eilandhoppen op Kaapverdië: Fogo

‘Fogo’ is Portugees voor ‘vuur’. En dat is niet voor niks. Hét hoogtepunt, zowel in letterlijke als figuurlijke zin, is de Pico do Fogo, een actieve vulkaan. Reisman Tinus verbleef 3 nachten op Fogo. In deel 3 van zijn Kaapverdië serie lees je wat dit eiland zo bijzonder maakt.

De hoofdstad van Fogo: São Filipe

Je eerste kennismaking met Fogo zal São Filipe zijn. Zowel het mini-vliegveld als het haventje liggen bij het hoofdstadje aan de westkant van het eiland. Er gaat een dagelijkse vlucht van ongeveer 30 minuten vanaf buureiland Santiago.  Een fast ferry brengt je vanaf Santiago en Brava op Fogo. Deze veerdienst is wel vrij onregelmatig. 

Portugese invloeden

São Filipe is absoluut de moeite waard om een dag te verblijven. Deze derde stad van de gehele archipel (maar aanzienlijk kleiner dan Praia op Santiago en Mindelo op São Vicente) doet wat Portugees aan. Huizen in alle kleuren van de regenboog, de één wat beter onderhouden dan de ander, leuke pleintjes, en grote, door de rijken gebouwde imposante sobrado huizen wisselen elkaar af aan de steile, uit basaltklinkers bestaande straatjes (pas op voor je enkels!). Bovendien heb je bij helder weer een mooi uitzicht op het nabijgelegen Brava en de vulkaan. Het stadje is levendig, behalve op zondag. Dat lijkt een collectieve rustdag en dan is het er vrijwel uitgestorven.

Chã das Caldeiras

Als je naar Fogo gaat, dan moét je naar Chã das Caldeiras. Dit is een lava-hoogvlakte in een enorme vulkaankrater op zo’n 1700 meter hoogte. Voor 500 Kaapverdiaanse Escudo’s (iets minder dan 5 euro) kan je je vanuit São Filipe in een klein uurtje met een aluguer, een soort taxi minibusje en het meest gebruikte vervoermiddel op de eilandengroep, hier naartoe laten brengen. Of je maakt gebruik van een lokale reisorganisatie, bijvoorbeeld Qualitur

Vanuit São Filipe rijd je eerst een stuk boven de zuidkust, totdat je bij een afslag verder omhoog landinwaarts gaat. Al snel zie je de lava van de uitbarsting in 1951. Daarna klim je via een aantal steile haarspeldbochten nog verder omhoog. Uiteindelijk bereik je de stilte van de indrukwekkende krater met de machtige Pico do Fogo die er hoog bovenuit torent. Wat al snel opvalt is dat er flink wat verbouwd wordt. Her en der zie je fruitboompjes en wijnranken tussen het lavagesteente. De vruchtbare bodem is dan ook de voornaamste reden dat hier mensen wonen. Er wordt hier zelfs wijn gemaakt, en lekkere ook!

De erfenis van een Franse hertog op Fogo

In 1872 belandde de excentrieke François Louis Armand Montrond op Fogo en bleef daar tot zijn dood. In zijn jaren op Fogo heeft hij veel voor het eiland betekend. Maar deze Franse hertog had ook een andere, meer discutabele kant. Hij hield namelijk nogal van de vrouwkes. En het resultaat daarvan zie je tegenwoordig nog altijd terug. Een flink aantal inwoners van de krater heeft een opvallend lichte huid en vaak ook nog blauwe ogen. Sterker nog: vandaag de dag draagt meer dan de helft van de inwoners van de Chã de achternaam Montrond!

Onze gids Eurico, ook een Montrond-nazaat

Onze gids Eurico, ook een Montrond-nazaat

Fogo’s actieve vulkaan

Gemiddeld eens in de 20 jaar komt de vulkaan tot uitbarsting. De laatste eruptie vond plaats in 2014, zonder slachtoffers gelukkig. Lavastromen hebben toen veel landbouwgrond en de 2 dorpen in de krater, Bangaeira en Portela, vrijwel volledig verwoest. Bizar is dan ook dat je op sommige plekken nog daken boven de lava ziet uitkomen. De volhardende inwoners hebben zo snel als het kon hun bestaan en dorpen weer opgebouwd en je ziet nu nog steeds een hoop bouwwerkzaamheden. Toen wij er waren was een deel van de nieuwe (basaltklinker)weg net een week geopend. Een hele mooie plek om te overnachten is bij Casa Marisa, die als eerste naar de uitbarsting haar accommodatie weer heeft opgebouwd, mét vloerverwarming. Nog altijd is de vloer hier warm van de laatste vulkaanuitbarsting.  

De ultieme uitdaging op Fogo

Een verblijf in Chã das Caldeiras is al een unieke ervaring op zich. Maar dé uitdaging is toch wel de beklimming van de top van de Pico do Fogo. Van een afstand kan je je bijna niet voorstellen dat die top te voet te bereiken is. Officieel is het niet verplicht, maar een gids wordt sterk aangeraden. Terecht. Voor een kleine 40 euro gaat er een lokale ervaren gids met je mee omhoog. Je betaalt niet per persoon, maar een vast bedrag voor de gids. Voor 2 tientjes meer ga je via een andere route, langs de kraters van 1995 en 2014, naar beneden. Doen! En start vroeg. 

Omhoog naar de Pico do Fogo

Wij begonnen om half 8 ‘s ochtends samen met onze gids Eurico Montrond (jaja, een nazaat van die Franse vieskees). De eerste 2,5 km gaan lekker snel. Je loopt door één van de herbouwde dorpjes en via een karrepad naar de voet van de vulkaan. En dan begint het pas echt. In ‘slechts’ 2,5 km moet je zo’n 1100 hoogtemeters overwinnen. Meerdere malen vroeg ik me tijdens deze klim af waarom dit ook alweer zo’n goed idee leek. Van een pad is nauwelijks meer sprake. En naarmate je hoger komt, wordt het alsmaar steiler en vermoeiender. Anyway, uiteindelijk bereikten we na ongeveer 3,5 uur de top en het dak van Kaapverdië op 2829 meter. Wat een uitzicht! Op de hele Chã, in de oude krater, op het wolkendek boven de Atlantische Oceaan en op de kraterwand die de grens van de Chã vormt. En de zwavelgeur krijg je er gratis bij.  

Met een omweg naar beneden

Zoals gezegd, een andere route naar beneden loont absoluut de moeite. Eerst klauter je nog een eindje over de kraterrand en daal je af langs een korte via ferrata. Dan kijk je weer fantastisch uit over Chã das Caldeiras, nu met zicht op de kraters van 1995 en 2014. En dan wordt het echt leuk. In een rechte lijn steil naar beneden totdat je bij de krater van 2014 bent. En dat gaat snel op een steile vulkaanhelling die bestaat uit lavagruis waar je tot aan je schenen in wegzakt! Trek bij die krater eerst je schoenen even uit (en geloof me: dat wil je). Je schoenen hebben zich tijdens de afdaling gevuld met lava-as, waardoor ze 6 maten te klein voelen. Niet erg comfortabel. 

Koude douche

De laatste paar kilometer gaan over heuvelachtig terrein terug naar ons huisje bij Casa Marisa. Nog nooit eerder ben ik zo kapot geweest na een hike. Niets liever dan een koude douche. Niet dus. Doordat Casa Marisa is herbouwd op de gestolde lava van de uitbarsting van 2014, komt er alleen warm, wat zeg ik: heet water uit de kraan. Beetje jammer. Maar ook wel geinig eigenlijk. 

Van Chã das Caldeiras naar Mosteiros

Zijn je benen de volgende dag weer een beetje hersteld en heb je nog goesting om nog een stuk te lopen? Hike dan in noordoostelijke richting de krater uit. Deze tocht is ook best pittig. Je daalt immers zo’n 1300 meter en dat gaan de knietjes wel merken. Eerst loop je nog een heel eind door de Chã das Caldeiras. Je hebt dan constant zicht op de Pico do Fogo en verbaast je waarschijnlijk hoe je de dag ervoor op die top hebt kunnen staan. Dan volgt een heerlijk geurend eucalyptusbos en daarna daal je af door koffieplantages. Uiteindelijk bereik je na ongeveer 4 uur het dorpje Pai António, net boven Mosteiros. Hier pikt je chauffeur je op en brengt je weer terug naar São Filipe, waar je nog even kan bijkomen van alle inspanningen.

The day after: nog 1 keer Pico do Fogo

The day after: nog 1 keer Pico do Fogo

Wil je meer weten over de Kaapverdische eilanden, lees dan ook de blogs over Boa Vista en Brava.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *