Eilandhoppen op Kaapverdië: Brava

Brava, het kleinste, meest afgelegen en onbekende van alle Kaapverdische eilanden met slechts zo’n 6000 inwoners. Brava betekent letterlijk ‘wild’, en dat is ook niet zonder reden. Reisman Tinus laat je in deze blog, deel 2 van zijn eilandhoppen op Kaapverdië serie, kennismaken met dit eiland.

Hoe kom je op Brava?

Nou…, dat bleek geen sinecure. We vertrokken voor een vlucht van 25 minuten met Binter Cabo Verde van Boa Vista naar het eiland Santiago. Daar moesten we overstappen. Het vliegtuig uit, als een dolle opnieuw door de security om daarna als laatste in, jawel, hetzelfde vliegtuig als een half uurtje daarvoor in te stappen. Anyway, tweede vlucht gehaald. Op naar het volgende eiland na weer 25 minuten in de lucht: Fogo.

Vanaf Fogo was het nog een half uur varen naar buureiland Brava. Alleen…wanneer? Eigenlijk zouden we pas de volgende dag de boot pakken, maar hiep hoi, we konden dezelfde avond nog mee met een overtocht. Blijkbaar is de veerdienst nogal onregelmatig. Een beetje flexibiliteit komt goed van pas dus.

Havenplaatsje Furna

Havenplaatsje Furna

Van Fogo naar Brava

We hadden ons van tevoren goed ingelezen en alvast een reisziektepilletje ingenomen. De veerboot tussen Fogo en Brava heeft namelijk in de Kaapverdische volksmond de bedenkelijke naam ‘Vomit Express’. Die geuzennaam bleek niet zo gek gekozen, afgaand op alle smerige en van de vorige overtocht nog natte stoelen en enkele doorzichtige (!) dichtgeknoopte gevulde (!) plastic zakjes. Ik bespaar je de foto’s. Gelukkig was de oceaan nu vrij rustig en deden de pilletjes hun werk.  

Vervoer op Brava

Diezelfde pilletjes konden nog een keer aan de bak voor een busritje vanaf de haven in Furna slingerend naar boven naar Vila Nova Sintra. Ons eerste ritje met een aluguer, een Toyota Hiace minibusje dat de leemte aan openbaar vervoer zoals wij dat kennen massaal opvult, bleek een mooi voorbeeld van klassiek-Kaapverdisch-busje-volstouwen-en-aanstampen: 13 personen plus bagage opeengepakt. Gelukkig neem ik met m’n 2 meter schoon aan de haak niet zoveel ruimte in beslag… Eind goed al goed, de rit verliep naar omstandigheden soepel. Carlos, naar eigen zeggen de enige Engelssprekende aluguer chauffeur van het eiland, bracht ons netjes en veilig naar ons hotelletje. 

Carlos en z'n Aluguer

Carlos en z’n aluguer

Wat is er te doen op Brava?

Nou…niet heel veel. Ben je op zoek naar spanning, sensatie, luxe en comfort, ga dan vooral niet naar Brava. Brava is puur, basic en wild dus. Je kan er prima hiken en…dat is het dan eigenlijk wel. Meer dan genoeg voor ons overigens.

Vila Nova Sintra

De hoofdplaats van Brava is Vila Nova Sintra, vernoemd naar het Portugese Sintra. Leuk feitje: Vila Nova Sintra is de enige hoofdstad van alle Kaapverdische eilanden die niet aan de kust ligt. Hier vind je ook de meeste overnachtingsmogelijkheden. Dit plaatsje, gelegen op 520 meter hoogte, heeft een mooie Portugees koloniale uitstraling. Her en der staan statige panden. Het centrale pleintje is een heerlijke plek om rond te hangen en de hoofdstraat, voorzien van een middenberm met grote bomen en veel bloemen, geeft het geheel zelfs een wat luxe aanzicht.

Vila Nova Sintra

Vila Nova Sintra

Rondom Vila Nova Sintra

Vanuit Vila Nova Sintra kan je een mooie rondwandeling maken die je naar Fontainhas voert, met 976 meter de hoogste berg van het eiland. Hiken op Brava is wel iets anders dan op elke andere willekeurige bestemming:

  • verwacht geen uitgebreid wandelroutenetwerk of routemarkeringen;
  • houd rekening met geen of slechts een matige GPS-ontvangst.

Gelukkig is Brava maar een klein eiland, dus heel ver uit koers raken is onmogelijk. En je kan altijd nog aan een local de weg vragen. Kaapverdianen zijn ontzettend vriendelijk en altijd bereid te helpen. Uiteindelijk deden we er 2 keer zo lang over, zowel in tijd als in afstand.

Op de top van de Fontainhas

Op de top van de Fontainhas

Het westen van Brava: Fajã d’Água

Aan de westkust, in naar verluidt de mooiste baai van de hele archipel, ligt het dorpje Fajã d’Água met ongeveer 100 inwoners. Vanaf Nossa Senhora do Monte (Carlos zet je hier met alle plezier af) wandel je hier in 2 uur naar beneden naartoe. Wij verbleven 2 nachten in één van de 3 appartementen van Kaza di Zaza dat wordt gerund door Marijke en Erick, een Nederlands stel dat hier in 2010 is komen wonen.

Een verblijf hier is echt back to basic en lekker ongecompliceerd. Waar we in Vila Nova Sintra niet altijd zeker waren van warm water, was dit hier geen issue. Er was immers alleen maar koud water. Prima. Je hoeft ook niet na te denken waar en wat je gaat eten. Er is immers maar 1 restaurantje. Ana schotelt je in haar Bar di Nós een prima maaltje voor, mits je een halve dag van tevoren aangeeft dat je ‘s avonds wilt komen eten en of je vis, kip of vlees wilt. Het liefst heeft Ana dat je vis bestelt. Dat is het makkelijkst. Dan vraagt ze een lokale visser om een visje extra te vangen. Wij aten dus maar vis. 

De omgeving van Fajã d’Água

Rondom Fajã d’Água is het prachtig hiken. Als je zuidwestwaarts langs de kust loopt, kom je al snel bij een natural pool uit waar je lekker kan afkoelen. Niet veel verder bereik je een verlaten vliegveld, een hele aparte gewaarwording. Esperadinha Airport werd in 1992 geopend, maar sloot zijn deuren alweer in 2004. Harde, gevaarlijke winden en een erg korte landingsbaan maakten dit vliegveld te gevaarlijk. Vanaf het vliegveld brengt een smal paadje langs de kust je in ruim een half uur naar Porto do Portete, het enige (zwarte) zandstrandje van Brava.

Toen we daar aankwamen zat er al een groot Kaapverdiaans gezin. Niet veel later werden we uitgenodigd aan te schuiven bij de lunch: rijst, groenten en net gevangen en dus vers gebakken vis. Heerlijk! Een mooi voorbeeld van Kaapverdiaanse gastvrijheid.

Amerikaanse invloeden

De meeste eilandbewoners spreken alleen Creools en Portugees. Toch word je zo nu en dan ook in vloeiend Engels aangesproken, maar dan met een Amerikaanse tongval. Brava heeft namelijk een link met de Verenigde Staten die teruggaat tot het eind van de 18de eeuw. Destijds kwamen grote Amerikaanse walvisvaarders bij Brava aan land om nieuwe bemanningsleden te vinden. En voor jonge mannelijke eilanders was een job op één van die schepen uit New England een aantrekkelijk alternatief voor een armoedig boerenbestaan op het thuiseiland. Tot op de dag van vandaag geldt de USA, met name in en rondom Boston, als het beloofde land voor inwoners van Brava. 

Dat heeft het eiland ook veel goeds gebracht. Veel emigranten stuurden en sturen geld en goederen op naar de achtergebleven familieleden. Dat verklaart ook het grote aantal Amerikaanse baseballcaps en fancy sportschoenen, ook bij types waarbij je dat absoluut niet verwacht. Bovendien keren geëmigreerde Kaapverdianen na verloop van tijd met hun opgebouwde kapitaal vaak terug naar Brava om bijvoorbeeld een hotel te beginnen. Zo verbleven wij in Vila Nova Sintra in Residencial O Castelo dat wordt bestierd door een vrouw die na haar vervroegd pensioen is teruggekeerd naar haar geboortegrond. 

Koloniale sferen bij Residencial O Castelo

Koloniale sferen bij Residencial O Castelo

Ook gaan in de USA werkende Kaapverdianen vaak eens in de paar jaar op vakantie terug naar hun vaderland en/of kopen ze een stuk grond om een huis te bouwen of voor tropische fruitteelt te gebruiken. De keerzijde van die vrij massale emigratie is dat het heeft geleid tot veel lege, vervallen huizen of zelfs spookdorpen. En veel Amerikaanse Kaapverdianen die grond hebben gekocht gaan er vaak (nog) niet permanent wonen, waardoor de ontwikkeling erg traag verloopt.

Droogte op Brava

Brava, en zeker de baai en het dal (ribiera) bij Fajã d’Água, staat bekend als groen. Wij zagen echter vooral aardetinten. Dat is op zich normaal voor de tijd van het jaar dat wij er waren (juli); in oktober en november schijnt het een stuk groener te zijn. Maar we hoorden ook dat het al 3 jaar niet fatsoenlijk had geregend. Al het drinkwater op Brava komt uit 1 natuurlijke bron, vlakbij Fajã d’Água, maar die raakt steeds leger. 2 Keer per week zet men de bron ‘open’ en hebben alle eilandbewoners water uit de kraan. Daar moeten ze het mee doen. Stromend water is dus echt op rantsoen. Moeilijk voor te stellen als Nederlander. 

Droge ribiera van Fajã d'Água

Droge ribiera van Fajã d’Água

Erick vertelde dat de hoeveelheid water die een Nederlandse boer gebruikt om 1 keer z’n land te besproeien nog groter is dan het aantal liters dat de gemeenschap van Fajã d’Água tot de beschikking heeft voor de irrigatie van hun landbouwgrond in een heel jaar. Dan ga je dingen toch in perspectief plaatsen. Erick vertelde ook dat er al een aantal jaar aan plannen wordt gewerkt voor een ontziltingsinstallatie, maar blijkbaar wil dit nog niet zo vlotten. Heel veel langer kunnen de eilandbewoners in ieder geval niet wachten.

Gemeenschapszin op Brava

Erg mooi was het om te zien en horen hoe de inwoners van Fajã d’Água samenleven, samenwerken en elkaar helpen. Bittere noodzaak ook. Als je zo afgelegen woont, ben je ook echt op elkaar aangewezen. Iedereen groet elkaar en weet alles van elkaars familie en is ook oprecht geïnteresseerd. Ook mooi hoe Marijke en Erick zich hebben aangepast aan dit bestaan én dat ze echt onderdeel zijn van van de lokale gemeenschap. Zo maken ze ook deel uit van een soort coöperatie die een winkeltje aan het bouwen is, zodat ze niet zo afhankelijk zijn van Vila Nova Sintra of van andere eilanden. Dit is immers erg kostbaar. 

Belang van toerisme voor Fajã d’Água

Sinds een jaar heeft Fajã d’Água ook weer een minisupermarkt. ‘Mini’ is hier trouwens wel op z’n plaats; een doorsnee studentenkamer in Nederland is aanzienlijk groter. Het aanbod is vanzelfsprekend beperkt. Locals kopen hier nog een los bouillonblokje of theezakje. Maar juist doordat Marijke en Erick voor een behoorlijke toestroom aan overnachters op jaarbasis zorgen, kan dat winkeltje bestaan. Voor Bar di Nós zal het niet veel anders zijn.

4 dagen op Brava

In een dag of 4 krijg je een goede indruk van dit ‘wilde’ eiland. Het ruige karakter, het eenvoudige leven, maar ook de uitdagingen waarvoor het eiland staat. Een enorm contrast met hoe we in Nederland leven. Wil je meer te weten komen over het leven op Brava? Lees dan de blog van Marijke.

Nog 1 keer stappen we in Carlos z’n ‘gouden koets’. Hij zet ons veilig af bij het haventje van Furna, vanwaar de Vomit Express ons weer terugbrengt naar Fogo.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.