10 betoverende plekken op de Faeröer eilanden

Wat komt er bij je op als je denkt aan de vakantiebestemming van je dromen? Misschien wel een tropisch eiland met hagelwitte stranden waar je in een hangmat onder palmbomen, lurkend aan een cocktail, lekker ligt te luieren. De Faeröer eilanden is -hoe verrassend, what’s in a name- weliswaar een eilandengroep, maar daar houdt elke vergelijking met welk bounty-eiland dan ook op. En toch is dit één van de all time favourites van Reisman Tinus. Waarom? Lees het in deze blog.

Waar liggen de Faeröer eilanden?

Schaam je niet als je niet precies weet waar deze archipel ligt of als het zelfs geen belletje doet rinkelen. Je zal zeker niet de enige zijn. Sterker nog: op veel geografische kaarten staan deze eilanden niet eens afgebeeld. Tot enkele jaren geleden waren ze ook nog niet in kaart gebracht door Google Street View. Een legendarische marketingcampagne die twee keer viral is gegaan heeft de eilandengroep, letterlijk én figuurlijk, op de kaart gezet.  

Dan de locatie. Verscholen in de Atlantische Oceaan, halverwege Noorwegen en IJsland en boven Schotland, vind je deze Faeröer eilanden. Ondanks die massale media-aandacht nog altijd één van Europa’s best kept secrets. 18 Eilanden, waarvan één onbewoond. Nergens op alle eilanden ben je verder dan vijf kilometer verwijderd van de kust. Formeel behoren ze tot Denemarken, maar ze hebben een eigen bestuur. En de Faroese taal heeft gek genoeg meer verwantschap met het IJslands dan met het Deens. Ohja, ‘Faeröer’ betekent letterlijk schapeneilanden; best logisch met ongeveer twee keer zoveel van deze wandelende wolbalen als inwoners (ongeveer 50.000).

Wandelende schaapjes op de weg

Wandelende wolbalen

Hoe kom je op de Faeröer eilanden?

Je bent er ook niet één, twee, drie. Een rechtstreekse vlucht vanuit Nederland is er niet; vliegen via Kopenhagen is de meest logische optie. En als je alle tijd hebt kan je ook voor de veerboot vanuit het Deense Hirtshals kiezen. Deze overtocht duurt wel ruim 30 uur. Deze veerboot vaart daarna ook nog door naar IJsland.

De 10 mooiste bezienswaardigheden op de Faeröer eilanden

De Faeröer eilanden liggen dus geïsoleerd, zijn ruig, winderig en nat, maar zijn bovenal adembenemend mooi. In tien hoogtepunten neem ik je mee naar deze magische archipel.

1. Bøur & Gásadalur

Als je vanuit Vágar Airport op het gelijknamige eiland westwaarts rijdt, kom je al snel in het bijzonder fotogenieke dorpje Bøur. Maak hier zeker een tussenstop en verken te voet dit gehucht dat pal aan de kust tegen de bergwand genesteld ligt. Je kan hier zonder twijfel ansichtkaartwaardige foto’s maken. Goed onderhouden houten, met teer bewerkte huisjes voorzien van grasdaken met op de achtergrond de uit de zee oprijzende rotsformatie Drangarnir en het onbewoond eiland Tindhólmur.

Bøur

Bøur

Als je weer verder rijdt kom je door een tunnel die in 2006 Gásadalur als laatste dorp op de Faeröer eilanden toegankelijk heeft gemaakt voor auto’s. Vlak hierna kom je via een korte wandeling bij nóg zo’n iconisch prachtplaatje: de Mulafossur waterval die in zee uitmondt met daarachter het prachtig gelegen Gásadalur en een aantal bergtoppen. Picture-perfect! 

Mulafossur waterval en Gásadalur

Mulafossur waterval en Gásadalur

2. Sørvagsvatn

Ook op het eiland Vágar ligt Sørvagsvatn. Dit is het grootste meer op de Faeröer eilanden dat vreemd genoeg ook bekend staat onder de namen Leitisvatn en Vatnið. Ik schreef al eerder over deze wonderschone plek. Je moet er wel een paar uur te voet voor uittrekken om hier te komen. Onderweg heb je eerst nog zicht op een ander markant punt: Trøllkonufingur (‘Vrouwentrolvinger’), een 313 meter hoge monoliet die uit de oceaan steekt. Wat later sta je aan de voet van de 142 meter hoge klif Trælanípa (‘Slavenrots’). In de tijd van de Vikingen werden hier slaven die geen zwaar werk meer konden verrichten simpelweg naar beneden gekieperd.

Hét hoogtepunt beleef je vanaf de top van Trælanípa. Vanaf hier ervaar je een soort optische illusie: Sørvagsvatn lijkt boven de oceaan te zweven. Fenomenaal! 

Sørvagsvatn

Sørvagsvatn

3. Tórshavn

Via een tunnel onder de zee door rijd je van Vágar naar het eiland Streymoy. In het zuidwesten van dit eiland ligt de hoofdstad, Tórshavn. Verwacht geen enorme metropool, het stadje heeft slechts 20.000 inwoners. Absoluut de moeite waard is het oude centrum, Undir Ryggi. Nauwe steegjes en dicht opeengepakte houten huisjes op een heuvel kenmerken deze buurt. Helemaal op de punt van Undir Ryggi, aan de kust, ligt Tinganes. Hier in de kastanjekleurige huizen zetelt al sinds de Vikingtijd het Faroese parlement.

Undir Ryggi in Tórshavn

Undir Ryggi in Tórshavn

4. Kirkjubøur

Op de zuidpunt van Streymoy ligt het gehucht Kirkjubøur. Ook hier weer een schilderachtig tafereeltje, net als in Bøur. Daarnaast vind je hier de restanten van Múrurin, oftewel de Magnuskathedraal. Alhoewel restanten…deze constructie is nooit afgebouwd en ziet er nu waarschijnlijk ongeveer net zo uit als toen rond 1300 de bouw werd stopgezet.

Kirkjubøur

Kirkjubøur

5. Saksun

Afgelegen (eigenlijk overbodig om te noemen; vrijwel alles op de Faeröer eilanden ligt immers afgelegen) in het noordwesten van Streymoy tref je nog zo’n pareltje: het gehucht Saksun. Een paar verspreide huisjes met grasdaken aan de voet van een meer met uitzicht over de oceaan. Wat wil je nog meer? Een populaire fotostop dus. Een lokale boer is daar iets minder blij mee en jaagt naar verluidt de toeristen met zijn geweer van zijn erf.  

Saksun

Saksun

6. Tjørnuvik

Helemaal in het noorden van Streymoy, aan het einde van de weg, ligt het dorpje Tjørnuvik. Dit is toch wel het allermooiste gelegen dorp op de Faeröer eilanden. Dat ervaar je pas echt als je middenin het dorpje landinwaarts de heuvel op loopt. Je hebt dan een magnifiek uitzicht over Tjørnuvik, de baai waaraan het ligt en de legendarische Risin (71m) en Kellingin (69m), twee rotsen in zee voor de kust van het naburige eiland Eysturoy. Volgens de overlevering zijn dit de restanten van een reus en reuzin die naar de Faeröer eilanden gekomen waren om ze naar IJsland te slepen.

Tjørnuvik met de rotsen Risin en Kellingin

Tjørnuvik met de rotsen Risin en Kellingin

7. Slættaratindur

Op elke bestemming is het een uitdaging om het hoogste punt te bereiken, zo ook op de Faeröer eilanden. In dit geval is dat de 880 meter hoge Slættaratindur op Eysturoy. Vanaf de (besneeuwde) top heb je een weids uitzicht op de ruige en karakteristieke kustlijn van Eysturoy en de omliggende eilanden.

Slættaratindur

Slættaratindur

8. Gjógv

Ook op Eysturoy ligt het befaamde dorpje Gjógv (spreek uit ‘dyeggv’). De rit ernaartoe is al een belevenis. Via een smalle weg met haarspeldbochten daal je af naar dit aan de kust gelegen dorpje. Gjógv bezoek je vooral voor de natuurlijke haven die in een kloof ligt. Bovendien kan je er prachtig wandelen langs de steile kust over de heuveltoppen boven dit haventje. Wel voorzichtig bij harde wind! 

Gjógv

Gjógv

Steile kust bij Gjógv

Steile kust bij Gjógv

9. Kallur vuurtoren

Het eiland Kalsoy bereik je alleen met de veerboot vanuit Klaksvík op Borðoy. Rijd dan naar het vierde en laatste gehuchtje Trøllanes in het noorden. Vanaf hier bereik je te voet in een klein uurtje de Kallur vuurtoren. Vanaf hier heb je een grandioos, volgens velen zelfs het mooiste uitzicht van de Faeröer eilanden. Pas wel goed op: het ‘pad’ over de hoge en steile kliffen kan glad zijn en zeker bij harde wind is het levensgevaarlijk om het uitzichtpunt achter de vuurtoren te bereiken.

Kallur vuurtoren

Kallur vuurtoren

Stop op de terugweg ook even in het gehucht Mikladalur. Daal hier de lange trap naar de kust af en je bereikt Kopakonan (‘de Zeehondenvrouw’). Dit tweeëneenhalve meter hoge beeldhouwwerk is gebaseerd op een legende over een jonge man en een vrouwelijke zeehond.

Kopakonan in Mikladalur

Kopakonan in Mikladalur

10. Viðareiði

Op het eiland Viðoy ligt het meest noordelijke dorpje van de Faeröer eilanden: Viðareiði. Het dorpje zelf is niet eens zo heel bijzonder; de huizen liggen wat verspreid. De ligging is echter wederom prachtig. Op een smalle en vlakke landengte tussen twee bergtoppen en natuurlijk vlakbij de kust. En het uitzicht…

Zonsondergang bij Viðareiði

Zonsondergang bij Viðareiði

Viðareiði is ook een mooie uitvalsbasis voor een hike naar één van de nabijgelegen bergtoppen, de Villingadalsfal, met 844 meter de op drie na hoogste berg van de archipel. Het uitzicht vanaf de top is spectaculair: fjorden, bergtoppen, de ruige kustlijn van de naburige eilanden Borðoy en Kunoy en in de verte de kleine (en afgelegen, maar dat had je al verwacht) eilanden Svinoy en Fugloy.

Villingadalsfal

Villingadalsfal

De Faeröer eilanden: betoverend mooi

Ik kan moeilijk ontkennen dat ik een beetje gekleurd ben. Ja, ik ben eilandliefhebber en ja, hoe onbekender, meer afgelegen en kleiner, des te meer ze me aanspreken. En dan zit je op de Faeröer eilanden helemaal goed. De foto’s spreken ook voor zich dacht ik zo. Ik kan niet wachten er weer naartoe te reizen. De plannen liggen al klaar.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.