Europa’s verborgen schat: Albanië

“Albanië? Wat moet je daar nou?” Dat is zo ongeveer wat 100 eerstejaars toerismestudenten van Breda University of Applied Sciences te horen moeten hebben gekregen toen ze aan hun vrienden en familie vertelden dat ze naar dit Balkanland op studiereis gingen. Een logische reactie? Ja, best wel. Tijdens het strenge communistische regime van Enver Hoxha was Albanië jarenlang volledig afgesloten van de buitenwereld en werd het ook wel het Noord-Korea van Europa genoemd. Een terechte reactie ook? Nee, zeker niet! Een reis van 6 lange, intensieve dagen toonde ons de pracht van dit bijzondere Europese land in al zijn facetten.

Heb je ook plannen om Albanië te ontdekken? Bekijk dan het aanbod van Better Places, met verschillende kant en klare reisplannen, of stel je eigen reis samen.

Als je houdt van bestemmingen met een rauw randje dan zit je goed in Albanië. Verwacht hier geen opgeschoonde binnensteden, keurig aangeharkte parken of smetteloze gebouwen en straten. Nee, alhoewel het land duidelijk in ontwikkeling is, zijn de sporen van het verleden nog goed zichtbaar en is goed te merken dat het een -zeker voor West-Europese begrippen- arm en slecht ontwikkeld land is.

Tirana: stad in ontwikkeling

We startten onze studiereis in Tirana. De hoofdstad met 1 miljoen inwoners (een derde van de totale Albanese bevolking) is een mengeling van communistisch erfgoed en moderne(re) bouw. Midden in de stad vind je Skanderbeg Square, waarover de gelijknamige nationale held vanaf zijn paard uitkijkt. Hij ziet o.a. het lekker communistische (oftewel pompeuze en rechthoekige) National Historical Museum met een enorm mozaïek op de voorgevel.

Een eindje verderop in noordelijke richting waakt de zelfgekroonde koning Zog (1928-1946) over de naar hem vernoemde boulevard. In zijn rug, aan de overkant van de straat, waar een spoorlijn plaats heeft gemaakt voor een brede boulevard, kan je zowaar wat ogenschijnlijke Nederlandse invloeden waarnemen: enkele typisch communistische wooncomplexen van 5 verdiepingen zijn voorzien van een kleurrijk Mondriaan-motief. Dit zijn overigens bij lange na niet de enige bontgekleurde woonflats. Edi Rama, de huidige premier van Albanië en burgemeester van Tirana van 2000 tot 2011 (en bovendien kunstschilder) wilde het grauwe karakter van de stad aanpakken. Bij gebrek aan geld om de infrastructuur te verbeteren besloot hij dat een likje verf het verschil moest gaan maken. En met succes.

Pyramide

Opmerkelijk is ook de betonnen pyramide ten zuiden van Skanderbeg Square. Deze kolos werd in 1988 gebouwd ter ere van de in 1985 overleden Enver Hoxha, maar vrij snel na de val van het communisme in 1991 kwam het leeg te staan. Nu ligt het er troosteloos en slecht (of niet) onderhouden bij.

Mount Dajti N.P.

Een stukje buiten het centrum, in noordwestelijke richting, kan je met een kabelbaan in 15 minuten naar Mount Dajti National Park. De top ligt op 1611 meter. Hier heb je een prachtig uitzicht over Tirana. Je vindt er ook een adventure park met allerlei outdooractiviteiten. Maar, naar West-Europese maatstaven doet dit leisurepark nogal kneuterig, misschien zelfs amateuristisch aan.

Bunk’Art

Vlakbij het benedenstation van de kabelbaan ligt, grotendeels aan het zicht onttrokken, een bizar en fascinerend stukje geschiedenis van Albanië: Bunk’Art 1. Een netwerk van ondergrondse tunnels dat 106 kamers met elkaar verbindt, gebouwd in de jaren ‘70 van de vorige eeuw, moest de hele regering beschermen tegen een invasie of nucleaire aanval. Enver Hoxha had hier zelfs een eigen appartement. Uiteindelijk is dit bunkercomplex nooit gebruikt. Veel kamers bevatten nu tentoonstellingen met oud archiefmateriaal en allerlei voorwerpen uit het communistische tijdperk.

Werkkamer van Enver Hoxha

Werkkamer van Enver Hoxha

Vjosa rivier

Na 2 dagen in de hoofdstad vertrokken we zuidwaarts. Een tussenstop bracht ons in Tepelenë, gelegen aan de oever van de rivier Vjosa. Dit is één van Europa’s langste wilde, d.w.z. niet door de mens aangepaste of aangetaste rivieren. Maar of dit zo blijft is de vraag. Al jarenlang bestaan er plannen deze rivier in te dammen en een grote waterkrachtcentrale te bouwen. Natuurorganisaties proberen dit met man en macht te voorkomen, tot op heden met succes. Maar voor hoe lang? Een mooi, maar tegelijkertijd pijnlijk voorbeeld van verschillende belangen: enerzijds erkent men de waarde van deze rivier voor de natuur en daarmee ook voor het opkomende toerisme. Maar aan de andere kant is Albanië in ontwikkeling en groeit de vraag naar energie.   

Gjirokastër: UNESCO werelderfgoed

Eindhalte van dag 3 was de stad Gjirokastër. Deze middeleeuwse stad staat op de UNESCO werelderfgoedlijst. En UNESCO werelderfgoed staat synoniem voor toeristische aantrekkingskracht. En niet zonder reden in dit geval. De hoger gelegen historische stad kenmerkt zich door een wirwar aan straatjes met kinderkopjes en 19de eeuwse huizen in een unieke bouwstijl. Jammer alleen dat veel van die straatjes opengebroken waren. Een voorbeeld van slechte planning: met het hoogseizoen in aantocht heeft men het historische centrum opgebroken. Heel duidelijk bleek dat Gjirokastër volledig op het (opkomend) toerisme is ingericht. Overal in de oude binnenstad zie je hotels, restaurants en souvenirwinkeltjes.

Nog iets hoger torent het enorme kasteel boven de geboorteplaats van dictator Enver Hoxha uit. In dit kasteel zit een wapenmuseum, met o.a. een extreem zeldzame Fiat minitank uit de Tweede Wereldoorlog. Eens in de vier jaar vindt hier een groots Albanees folklorefestival plaats. Albanezen zijn enorm trots op hun land en dit is een belangrijk middel om hun cultuur levend te houden. Het uitzicht vanaf het kasteel over de stad is trouwens fenomenaal.

Albanese Riviera

Dag 4 stond in het teken van de Albanese Riviera. Dit is de kustlijn langs de azuurblauwe Ionische zee tussen de toeristenstad Sarandë in het zuiden en de Llogara-bergpas een stuk noordelijker. Ondanks dat het regenachtig was en het zicht slecht was, kregen we wél een goede indruk hoe adembenemend mooi de route naar deze bergpas was. Na de afdaling arriveerden we in de kustplaats Vlorë. Dit is een voor Albanese begrippen moderne stad, ingericht op (massa)toerisme uit m.n. omringende landen als Kosovo en Noord-Macedonië. Sinds 2000 ontwikkelt het toerisme zich hier in rap tempo. De aanblik met tal van appartementencomplexen doet niet veel onder voor een willekeurige massatoerismebestemming aan de Spaanse Costa’s of de Turkse Riviera. Zonde. Maar tegelijkertijd begrijpelijk ook, als je bedenkt waar het land vandaan moest komen.

Sazan Island

Vanuit de haven van Vlorë vertrokken we met een boot naar Sazan Island, het grootste eiland van Albanië dat bovendien de grens vormt tussen de Ionische en Adriatische Zee. Zelfs voor onze gidsen van Outdoor Albania was dit bijzonder. Sazan is een militair gebied, maar er wordt al lang gesteggeld om het open te stellen voor toeristen. Onze gidsen die hier zelf ook nog nooit geweest waren was verteld dat we aan land mochten. Dit bleek echter al gauw slechts een illusie. De schipper had geen toestemming gekregen van de marine om aan te meren. Het ontbrak aan afstemming en/of overeenstemming tussen het ministerie van defensie en van toerisme, waardoor het bleef bij een rondje door de haven van Sazan, vergezeld van luid getoeter vanaf de vrijwel uitgestorven marinebasis.

Sazan eiland

Het vrijwel verlaten haventje van Sazan eiland

Karaburun schiereiland

We vervolgden onze boottocht langs het schiereiland Karaburun, een vrijwel onaangetast bosrijk natuurgebied met prachtige verlaten baaitjes en strandjes. Vrijwel, want ook hier werden onze gidsen verrast. Er mag hier niet gebouwd worden, maar we legden aan bij een strandje waar tóch het één en ander was gebouwd voor toeristen. Alfred, één van de gidsen, nam het woord corruptie niet in de mond, maar zei wel dat dit waarschijnlijk het werk was van iemand met veel geld en connecties. Dit hebben we op meer plekken tijdens onze reis ervaren, tot grote frustratie van onze gidsen. De enige bouwsels die hier wel volledig legaal stonden, was een flink aantal kleine, halfronde bunkers. Deze stammen net als Bunk’Art 1 in Tirana uit de tijd van Enver Hoxha, ook wel de ‘bunkerisering’ van Albanië genoemd. In heel Albanië liggen er zo’n 173.000!   

Typisch Albanese bunker

Typisch Albanese bunker

Adriatische kust

We sloten de dag af in onze laatste pleisterplaats, Durrës. Deze aan de Adriatische kust gelegen grootste havenstad en tweede stad van het land is vergelijkbaar met Vlorë. Ook hier appartementencomplexen van na 2000 die aan de Spaanse of Turkse kust niet zouden misstaan. Naar verluidt trekken veel inwoners van Tirana hier ‘s zomers naartoe. Maar, net als op alle andere (toeristische) plekken deed Durrës nu (half mei) ook nogal uitgestorven aan. Seizoensafhankelijkheid is nog wel een dingetje in Albanië. 

Dürres

Appartementencomplexen aan de kust in Dürres

Het platteland

De laatste dag gingen we op de rurale toer en stond in het teken van community based tourism. Na een overstap in kleinere bussen i.v.m. slecht begaanbare wegen kwamen we aan in het dorpje Ishëm. Als eerste bezochten we (met 100 man dus!) een lokale boer die ons zijn zelfgemaakte raki en witte kaas, alsook olijven en pruimen liet proeven. Heerlijk!

Daarna brachten we een bezoek aan de lokale school die zowel een basisschool als middelbare school is. We werden hier ontvangen door zingende kinderen in traditionele Albanese kleding en kregen een typisch Albanese lunch. Ook mochten we rondkijken in de school. Al snel werd eens te meer duidelijk dat wij het zo gek nog niet hebben in Nederland. Mooi, ontroerend en confronterend tegelijk. We sloten de reis af bij de kaap van Rodon, een prachtige, strategisch gelegen landpunt.  Hier namen we een kijkje in de 15de eeuwse St. Antoniuskerk met enkele historische fresco’s en daalden we af naar de ruïne van een fort dat gebouwd zou zijn door de nationale held Skanderbeg.

Albanië een aanrader: ja of nee?

Zou ik Albanië als vakantiebestemming aanraden? Absoluut! Zeker als je van ongepolijste niet-dertien-in-een-dozijn-bestemmingen houdt. Het is een prachtig land en een mooie mix van natuur en cultuur. Zeker voor wandelliefhebbers valt er meer dan genoeg te ontdekken. Leuk feitje: met 700 meter is Albanië één van de gemiddeld hoogst gelegen landen van Europa. Koffieliefhebbers komen hier ook aan hun trekken: Albanië heeft de koffiecultuur van Italië overgenomen. Logischerwijs ligt het prijsniveau er ook verhoudingsgewijs laag. Daar komt nog bij dat de bevolking enorm vriendelijk is.

Het land is volop in ontwikkeling. De infrastructuur verbetert, zij het weliswaar langzaam. Tegelijkertijd moet je nog altijd geregeld uitwijken of stoppen voor een herder met een kudde geiten of koeien, (zwerf)honden of ezels. Ook moet je niet verbaasd opkijken wanneer je een ezelkar inhaalt. Bovendien lijkt de gemiddelde Albanees niet zo wakker te liggen van afval op straat. Kenmerkend misschien wel voor de staat waarin het land nu verkeert is dat ik in één van de modernste straten van Tirana een oudere man zag lopen met in beide handen een dode kip.

De toekomst van Albanië

De vraag is echter wel hoe lang dat rauwe en authentieke nog blijft voortbestaan. Bij een flink aantal (westerse) toeristen (waaronder ikzelf) roept het voorgaande een romantisch beeld op; iets dat je wilt beleven. Tegelijkertijd wil de Albanese bevolking na jarenlange onderdrukking nu mee in de vaart der volkeren. De situatie is wellicht vergelijkbaar met die van Cuba, “dat je ook gezien moet hebben nu het nog authentiek is.”

Tijdens het afscheid zei één van de gidsen dat hij hoopte dat er in ieder geval één van ons ooit zou terugkeren. Daar twijfel ik niet aan. Voor deze groep studenten (en docenten) is Albanië nu een stuk minder onbekend en dus ook minder onbemind. Albanië heeft er ongeveer 100 ambassadeurs bij gekregen!

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.