Wielrennen in Limburg; waar moet je heen?

Als Nederlandse wielrenners kunnen we in feite alleen maar kilometer na kilometer op kop door de wind boren in oneindig laagland. Enige afwisseling is ver te zoeken. Behalve in die ene uithoek waar wegen wel boven het gemiddelde stijgingspercentage van een brug over de snelweg uitkomen; Zuid-Limburg, het walhalla van het Nederlandse wielrennen!

Wielrennen in het Heuvelland; waar begin je?

Een logische start is Valkenburg aan de Geul, home of de Cauberg. Hier zijn zat hotels en restaurants te vinden en is bij uitstek een wielervriendelijke plaats. Echter is dit, vooral in de zomer, druk en duur. Daarom kun je beter kiezen voor alternatieve locaties, die rustiger, goedkoper en makkelijker zijn. Voorbeelden:

  • Gulpen. Bekend van het gelijknamige bier en gelegen in een aangenaam dal. Hierdoor kun je een mooie aanloop nemen voordat je jezelf in het klimgeweld gooit!
  • Heerlen. Misschien wat minder voor de hand liggend en ook net wat buiten het Heuvelland zelf gelegen, maar er is genoeg hotelaanbod en geeft je de kans om lekker warm te rijden. Heerlen heeft daarnaast ook genoeg cafés en restaurants voor als je toeclips los gaan.
  • Dorpjes als Klimmen, Partij of Epen. Zeker als je goed wil uitrusten voordat je opstapt kunnen deze rustige dorpjes in het midden van het Heuvelland een uitstekende uitvalsbasis zijn.

    Wielrennen in Zuid-Limburg

Welke routes moet je zeker aandoen?

Iedereen kent de Cauberg, Keutenberg en de Eyserbosweg van de Amstel Gold Race en dit zijn uitdagingen op zich. Zuid-Limburg kent echter veel klimmetjes die minder bekend zijn, maar net zo zwaar (zwaarder zelfs) of simpelweg boeiender zijn.

  • Camerig – Epen. Deze heuvel kun je op twee manieren op. Met 3,7 of 2,4 kilometer is dit sowieso een van de langere beklimmingen en alleen daarom al een goede afwisseling van het typische korte, stijle klimwerk. Voor de kortere route sla je bij Restaurant Buitenlust linksaf en rijd je via glooiende haarspeldbochten omhoog. Rijd je rechtdoor, dan rijd je via korte afdalingen en scherpe klimmetjes naar de top.
  • Deze tweede is uitstekend te combineren met de beklimming naar het Drielandenpunt in Vaals, waar je na een korte afdaling bij uitkomt. Lang, uitdagend en met een snelle afdaling to boot. Wel even uitkijken met niet-oplettende toeristen!
  • Maak er een driesprong van door voor Camerig in Slenaken te beginnen met de Loorberg. Ook wat langer en glooiender én met het bijkomende voordeel van een van de mooiste uitzichten én afdalingen die Zuid-Limburg te bieden heeft; de Eperheide/Julianastraat.
  • Landsraderweg – Gulpen. In de volksmond bekend als De Koning van Spanje. 1,6 kilometer lang en is stijl genoeg voor zweet op je rug en lang genoeg om een cadans te vinden. Mooi uitzicht bovendien als je boven bent!
  • De weg Sibbe – IJzeren – Scheulder – Ingber – Gulpen. Een afwisselende weg door typisch Limburgse dorpjes die op en af gaat. Komt uit in een heerlijke afdaling richting Gulpen. Remmen los!
  • Hulsbergweg – Huls/Simpelveld Goed zoeken voor deze, maar hij is de moeite waard. Deze weg is lukraak tegen een veel te steile heuvel gelegd en dat voel je aan alles. Nog geen kilometer, maar zorg voor grote tandwielen…
Eyserbosweg

Eyserbosweg

Ohja! Don’t be a dick on wheels…

De typische smalle en bochtige Zuid-Limburgse wegen zijn vaak onoverzichtelijk en niet gemaakt voor zowel pelotons als Limburgers die naar huis of werk willen. Wees er van bewust dat je te gast bent op deze wegen. Vaak kun je simpelweg niet naast elkaar wielrennen, dus het is beter om dat dan ook zoveel mogelijk te vermijden. Laat daarom het geouwehoer voor na afloop op ’t terras. Stukje vlaai erbij, pilsje, frietje zuurvlees… En laat die grote verhalen dan maar komen!

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *